Door: Vallonne Venrooy
Inleiding: maatje 34 met een Big Mac
Het is maandagavond, vijf voor half negen. Ik heb net de afwas gedaan en bereid me voor op een lekker avondje tv kijken. Zodra ik de televisie aanzet zie ik de specials van McDonald’s één voor één mijn beeldbuis passeren. Hamburgers, frietjes en een lekker frisje doen me denken aan vroeger, mijn zevende verjaardag bij de Mac, de Happy Meal als hemel op aarde voor een zevenjarige. Wat een fantastische formule bedenk ik me, een spannend huisje, een lekker hapje en een leuk speeltje, welk kind valt daar nu niet voor? Juist als ik weg dreig te zakken in een warm bad van kinderherinneringen, hoor ik op RTL het begin van Australia’s Next Topmodel.
Vanuit een helder plekje in mijn grijze massa welt een gevoel van irritatie op. Ik voel de scherpe tegenstelling tussen deze lustreclame en het hierop volgende veeleisende modeprogramma en ik merk op dat deze twee totaal niet met elkaar gerijmd kunnen worden. Verontwaardiging overspoelt me en ik besluit de volgende dagen met een kritische blik de discrepantie tussen aanbod en verwachtingen, die ons wordt aangeboden vanuit het middelpunt van hedendaagse huiskamer, gade te slaan. Wat ik ontdek is wat eenieder die beschikt over een televisie al lang weet, maar zich zelden daadwerkelijk realiseert: het is onmogelijk te doen wat de televisie van een mens vraagt en tegelijkertijd te zijn zoals de televisie van een mens eist.
In hoeverre zit ik juist, wanneer ik deze kritische houding aanneem? Immers, het is aan ieder mens om voor zichzelf te bepalen welke keuze hij of zij maakt en wellicht getuigt het van gemakzucht om de verantwoordelijkheid voor de eigen keuzes af te schuiven op een plasma- of ledtechnologiescherm. Het antwoord hierop overvalt me op tweede kerstdag rond de klok van acht uur ’s morgens, wanneer de meiden van de Winxclub aantreden op Nickelodeon. Terwijl ik hen aanschouw kruipt naast mij op de bank mijn lieve negenjarige, ietwat mollige nichtje nog eens lekker tegen me aan. Nu weet ik het: hier ligt dus de grens. Of een volwassenen erin trapt dat het lichaam van een stel meiden zoals die van de Winxclub realistisch is? Ik weet het niet, ik kan het me nauwelijks voorstellen. Maar voor mijn nichtje zijn deze mooie meiden echte voorbeelden.
Realiteit – ‘Dikke downheid’ en ‘Een mooi gewicht is Ondergewicht’
Uit onderzoek van TNO blijkt, dat in 2009 in Nederland 14,5% van de jongens en 17.5% van de meisjes onder de achttien jaar te dik is.[1] “De verwachting is dat in 2010 ruim 26 miljoen kinderen in de Europese Unie last hebben van (ernstig) overgewicht.”[2]. Kinderen eten steeds ongezonder en bewegen steeds minder. Dat het ongezondere eten kan worden toegeschreven aan meerdere oorzaken is evident, de rol van televisie hierin heb ik in mijn inleiding geïllustreerd. Het ironische is, dat minder bewegen als bijdrage grotendeels door hetzelfde medium wordt veroorzaakt: kinderen voor de televisie zijn wel lekker rustig voor de ouders. Dit echter terzijde; ik wil me wijden aan het gevaar van de inhoud van televisie.
Het overgewicht heeft enorme gevolgen voor deze kinderen. Aan de ene kant is er de fysieke problematiek, met levensbedreigingen als; suikerziekte, hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker, bijvoorbeeld aan de spijsverteringsorganen.[3] Waar ik me hier echter vooral op wil richten is, welke gevolgen overgewicht bij kinderen heeft op sociaal en emotioneel gebied. Ik citeer hier vanaf een forum dat ik ben tegengekomen tijdens mijn zoektocht naar verhalen van zwaarlijvige kinderen.
“Dikke Downheid. Betty zaterdag 5 december 2009 22:18. Hellow Iedereen . Ik ben altijd al een dikkertje geweest. Ik ben een meisje van 15 jaar. 1m76/78 en weeg 94 ;$ in het begin van het jaar woog ik maarliefst 16kg minder en 2/3cm kleiner. Ik wordt niet gepest ofzo want als je me boos maakt heb ik best een grote mond.
Het raakt me alleen enorm wanneer iemand van mijn familie me bolleke ofzo noemt . Vandaag hebben mijn ouwers gezegt datze me lelyk vinden. Aangezien ik mezelf verafschuw gaat het echt niet goed . Ik ben zwaar down en niemand begrijpt me . Daarom hoop ik hier mense te vinden om mee te praten ( Ik ben er ook voor jullie troubles) Jongen of meisje het maakt niet uit ik hoop gewoon dat ik een beetje afgeleid kan worden want het gaat zoals je gelezen hebt niet zo goed. X”[4]
Aan de ene kant dus een reclame van de Mac, maar ook obesitas, met een hartverscheurende kreet om hulp van een zwaarlijvig vijftienjarig meisje. Aan de andere zijde van deze eindeloze tunnel vind ik Australia’s Next Topmodel en de Winxmeiden, maar ook anorexia of boulimia nervosa, met in de hoofdrol de tiener die zichzelf te dik vindt. Op de website ‘Partyflock’ vond ik een forum met daarin het onderwerp anorexia, ik citeer een passage van een meisje dat zichzelf Beloved noemt, datum 9 juli 2007.
“…Als ik om me heen kijk voel ik me vaak nog ongelukkig omdat ik niet uit zie zoals de maatstaaf is… …Ik weet dat het geen excuus is maar we worden wel in deze situatie gedrukt. Overal waar je kijkt dunne mensen op tv en op billboards…”[5]
Uit onderzoek van de NOS blijkt dat in 2008 in Nederland zo’n 100.000 meisjes leden aan anorexia nervosa.[6] De beelden van televisie worden op internet aangehaald als ondersteuning voor deze jongeren op de zogeheten pro-anasites, websites bedoeld om een anorectisch eetpatroon te ondersteunen. Het motto kan als volgt worden omschreven: ‘het mooiste gewicht is ondergewicht’.[7]
Ook bij anorexia is er sprake van een tweedeling in gevolgen; de fysieke en de sociaal/emotionele gevolgen. In het kort de levensbedreigende fysieke gevaren: afbraak van spierweefsel, beschadigingen aan lever en nieren, te trage hartslag en bloeddruk, hartritmestoornissen en zelfs hartstilstand.[8] De sociale en emotionele gevolgen worden goed uitgelegd door de stichting SABN, een stichting voor en door mensen met eetstoornissen. Zij spreken van een gevoel van eenzaamheid, stress door de geheimhouding van de eetrituelen en uiteindelijk het terechtkomen in een sociaal isolement, door alleen maar bezig te zijn met eten of niet eten.[9]
Televisie en lichamelijke ontevredenheid bij kinderen
Jaehee Jung en Michael Peterson hebben zich in hun studie Body Dissatisfaction and Patterns of Media Use Among Preadolescent Children gebogen over de problematiek met betrekking tot de invloed van media op kinderen en hun lichaamsbeeld. Hierin wijzen zij op de kritieke rol die de media speelt in het promoten van Westerse idealen, zoals het heersende slanke (anorectische) schoonheidsideaal. Zij halen een onderzoek van Dohnt en Tiggeman uit 2005 aan, waaruit blijkt dat in Westerse gemeenschappen de lichamelijke ontevredenheid van kinderen al begint voor het zevende jaar.[10] Schokkend, is mijn mening.
Een aantal onderzoeken in 2006, waaronder dat van Dohnt en Tiggeman, toont aan dat kinderen die ontevreden zijn met hun lichaamsgewicht een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van gevaarlijke eetstoornissen, waaronder dus anorexia en boulimia nervosa, maar dat zij daarnaast nog ook een verhoogd risico hebben op zware depressie en een laag zelfbeeld.[11] Het is nu dus voor mijn probleemstelling belangrijk om te kijken in hoeverre die ontevredenheid veroorzaakt kan worden door de inhoud van televisie.
Media creëren een scala aan sociale normen en idealen, die door individuen als maatstaf voor hun persoonlijke succes kunnen worden gehanteerd. Het is bekend dat juist preadolescenten en adolescenten erg vatbaar zijn voor dit soort ideaalbeelden. De kern van het probleem dat wordt veroorzaakt door media is dat de inhoud weinig doet om gezond gedrag te promoten en juist veel doet om gezond gedrag te ondermijnen. Het specifieke probleem van televisie is, dat juist dit medium een groot deel van de vrije tijd voor adolescenten invult.[12] Ook voor kleine kinderen is de televisie erg belangrijk en veel bekeken. Tussen mijn zesde en mijn twaalfde jaar bracht ik iedere morgen van half acht tot kwart over acht door met een bordje op schoot, kijkend naar tekenfilms op Cartoon Network, totdat ik naar school ging. In de lunchpauze een uurtje Cartoon Network tijdens de volgende lichting boterhammetjes en na school, ja hoor, regelmatig Cartoon Network tot etenstijd.
Uit verscheidene onderzoeken is gebleken, dat jonge kinderen gemakkelijker televisiegedrag overnemen dan oudere tieners of volwassenen. Dit heeft dan betrekking op bijvoorbeeld vertoond agressief gedrag of geweld. Kristen Harrison trekt, in een studie naar het verband tussen televisie en het lichaamsbeeld van kinderen, deze lijn wat verder door en stelt dat jonge kinderen dit televisie-ideaal, net als in geval van agressie en geweld, waarschijnlijk sneller zullen imiteren dan oudere kinderen en volwassenen.[13] Ik vraag me nu af, waarom juist die jongere kinderen extra gevoelig zijn voor het televisiebeeld. Harrison haalt in haar onderzoek studies van anderen aan, die een belangrijke factor zijn bij de oplossing van dit vraagstuk. Een deel van de aantrekkingskracht blijkt voort te komen uit het bestaan van televisiekarakters. Juist jonge kinderen willen erg graag zoveel mogelijk in gedrag en uiterlijk lijken op de televisiekarakters tot wie zij zich aangetrokken voelen. Dit gegeven, in combinatie met het gegeven dat meisjes zich in hoofdzaak aangetrokken voelen tot vrouwelijke karakters vanwege hun fysieke aantrekkelijkheid, leidt volgens Harrison tot een positief verband met de ‘keuze’ voor een dun lichaamstype als ideaalbeeld en daarmee met eetstoornissymptomen.[14]
De conclusies die Harrison uit haar onderzoek naar de invloed van televisie op het lichaamsbeeld bij kinderen kan trekken zijn verbijsterend, maar ook hoopgevend. In de eerste plaats blijkt dat kinderen eerst het ideaal van lijnen en lichaamsoefeningen doen overnemen, alvorens zich het daadwerkelijke ideaalbeeld van dun zijn te realiseren. In de tweede plaats blijkt dat er voorafgaand aan het realiseren van dit dunne ideaalbeeld eerst een proces plaatsvindt waarin kinderen een afkeer tegen dikheid ontwikkelen.[15] Het uitermate hoopgevende aspect zie ik in de derde conclusie die Harrison trekt. Het blijkt dat die meisjes, die zich aangetrokken voelen tot televisiekarakters met een normaal gewicht, een gezond lichaamsideaal hanteren en aangeven dat zij lichaamsgewicht relatief onbelangrijk vinden.[16] Daar ligt een kans voor de programmamakers!
Het ongezonde voedselaanbod op televisie voor kinderen
In 2006 kwam uit een rapport van het Amerikaanse Institute of Medicine (IOM) naar voren, dat bewezen wordt geacht dat de televisie invloed heeft op de consumptiebehoefte van zowel jonge als oude kinderen. Susan Lynn en Courtney Novosat geven in hun artikel Calories for Sale: Food Marketing to Children in the Twenty-First Century aan, dat de vier hoofdcategorieën waar producenten van voedsel zich op richten wanneer zij reclame maken voor kinderen, als volgt zijn; snoep en snacks, limonade, fastfood en ontbijtgranen. De resultaten van het onderzoek van het IOM ondersteunen eerdere bevindingen van de World Health Organisation (WHO) in 2003, namelijk dat het adverteren van voedsel met weinig voedingswaarden en veel calorieën een verhoogd risico op obesitas bij kinderen met zich meebrengt.[17] Al met al een zorgwekkend beeld.
Er kan nu worden opgemerkt, dat veel van de reclames tussen de kinderprogramma’s door gericht zijn op de promotie van speelgoed en andere niet- voedselgerelateerde artikelen. Hierbij moeten mijns inziens twee zaken in het achterhoofd worden gehouden. Ten eerste is op kinderen gerichte televisiereclame ook te zien tussen de ‘volwassen’ programmering door, op tijdstippen na schooltijd bijvoorbeeld. Zo komt deze reclame de kinderen toch onder ogen. Ten tweede bestaat er ook het probleem van reclame die niet gericht is op kinderen, maar wel de behoefte aan een ongezond product bij hen oproept. Bijvoorbeeld op zaterdagavond, wanneer het gezin gezamenlijk voor de buis zit en de kinderen tot laat op mogen blijven.
Natuurlijk ligt er een verantwoording bij de ouders. Immers, zij beschikken over de huishoudelijke portemonnee en maken dus de uiteindelijke keuze voor een gezond, dan wel ongezond product voor hun kinderen. Linn en Novosat halen hier een interessant punt over aan in hun artikel. Zij halen een artikel van Neville uit 2001 aan en stellen dat het uiteraard voor de meeste ouders een onwenselijke situatie is, wanneer hun kinderen kiezen voor het consumeren van ongezonde producten. Maar juist om reden dat ouders het met de ongezonde keuzes niet eens zijn, is het voor kinderen des te aantrekkelijker. Zij voelen zich op dat moment ‘in control’, door te kiezen tegen het principe van hun ouders.[18] Ook ik kocht met de vijf gulden zakgeld die ik kreeg toen ik tien was, regelmatig een zakje snoep bij de kruidenier.
Conclusie: superhelden aan de macht!
Ik heb een opgespoord probleem, namelijk dat van de discrepantie tussen eis en aanbod op gebied van het lichaamsideaal, toegespitst op kinderen, uiteengezet en beargumenteerd. Mijn zorgen en twijfels staan nu op papier, evenals de ontdekkingen die ik heb gedaan door het lezen van allerlei relevante artikelen met betrekking tot dit onderwerp. Wat mij nu nog rest is het aandragen van oplossingen. Immers, het is nogal makkelijk om te roepen waar het allemaal fout gaat en vervolgens in de luie stoel voor, jawel, de televisie te ploffen.
Wanneer ik mij een ideaalbeeld voorstel van tweede kerstdag volgend jaar, met mijn dan tienjarige lieve, ietwat mollige nichtje naast mij op de bank, ziet dit er als volgt uit. Het is acht uur ’s morgens. We kijken naar een televisieprogramma met daarin zowel mannelijke als vrouwelijke superhelden. Deze helden maken de wereld een stukje mooier, strijden voor het goede en bannen het slechte uit de wereld, eigenlijk zoals altijd dus. Ook nu dragen zij de mooiste kleding, echter in allerlei verschillende maten. Er zijn kleine, grote, en middellange superhelden in het programma, maar ook dikke, dunne en doorsnee helden. Allen eten zij groenten en fruit, drinken zij melk en water en af en toe wat kleurstofvrije limonadesiroop. Na een kwartiertje spanning en sensatie maken de helden plaats voor ‘de boodschappen’ en een voor een komen de kleurrijke reclames voorbij, met in de hoofdrol kinderen in allerlei soorten en maten die genieten van gezonde producten.
Natuurlijk is het beeld dat ik hier schets er een, van een behoorlijk idealistische aard. Dit realiseer ik mij, doch ik wil er een aantal belangrijke punten mee aangeven. Ten eerste het belang van televisiekarakters. De wetenschap dat televisiekarakters juist die uitzonderingen vormen, waar kinderen zich sterk tot aangetrokken voelen en volwassenen veel minder, kan de sleutel zijn tot het verbeteren van het zelfbeeld bij jonge kinderen. Uit het onderzoek van Harrison is gebleken, dat kinderen die zich aangetrokken voelen tot televisiekarakters met een normaal gewicht, een gezond lichaamsideaal zullen hanteren. Er kunnen nu dus twee oplossingen worden afgeleid: ten eerst zouden televisiekarakters een normaal gewicht moeten hebben, ten tweede zouden televisiekarakters met een normaal gewicht zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt moeten worden voor kinderen. Het tweede belangrijke punt heeft betrekking op de reclamevoering ten behoeve van ongezonde producten. De wetenschap dat kinderen in zowel ‘volwassen-’ als ‘kinder-’zendtijd televisie kunnen kijken, leert ons dat altijd opgepast moet worden met het promoten van ongezonde eetgewoonten. Echter in commercials waarin kinderen voorkomen, beschouw ik het als zeer onwenselijk wanneer zij ongezonde voeding consumeren. Als alleen volwassenen op teleivse ongezonde waar nuttigen, kan altijd nog gezegd worden ‘dat is iets voor grote mensen’, zoals dit nu gebeurd met bijvoorbeeld sigaretten en alcohol. Wanneer kinderen op televisie zien hoe andere kinderen snoepen en ongezond eten voelt het voor hen als onrechtvaardig, wanneer zij aan de bruine boterham moeten.
Mijn nichtje heeft superhelden nodig, omdat zij een kind is en kinderen voelen zich nu eenmaal aangetrokken tot superhelden. Deze televisiehelden zouden lichamelijk gezien zo realistisch moeten zijn als zij zelf is en zij zouden hun kracht moeten halen uit gezonde voedingswaren. Alleen zo wordt het voor haar mogelijk om hen te imiteren, om zich aan hen op te trekken en zich met hen te vergelijken en zij sterken haar dan in de overtuiging van de noodzaak van een gezonde leefstijl en zij leren haar over de prachtige diversiteit in mensen die er is, die er mag zijn.
Keuzerechtvaardiging
Het onderzoek van onder andere Jung en Peterson spreekt voornamelijk over de invloed van media op de Amerikaanse gemeenschap. De reden waarom ik dit onderzoek toch als leidraad heb gebruikt om mijn betoog mee te onderbouwen, wil ik als volgt rechtvaardigen. In 2001 was het percentage van de handel in televisieprogramma’s wereldwijd voor 75% afkomstig uit de Verenigde Staten en daarnaast was het percentage van de handel in fictieprogramma’s voor tweederde tot driekwart afkomstig uit de Verenigde Staten.[19] Nederland staat in nauw contact met Amerika, onder andere via de televisie. Als Westerse landen delen Nederland en Amerika gelijksoortige idealen en is er sprake van een relatief grote cultuuroverdracht c.q. uitwisseling, ten opzichte van bijvoorbeeld Niet-Westerse landen. Daar mijn essay betrekking heeft op het medium televisie en gezien bovengenoemde percentages, acht ik het onderzoek van Jung en Peterson voldoende betrekking hebbend op onze Nederlandse samenleving.
[1] http://www.tno.nl/groep.cfm?context=overtno&content=dossier&laag1=37&item_id=1&gclid=CIu-hJji9p4CFQiZ2AodtHQPIg.
[2] http://www.gezonderworden.nl/overgewicht/kinderen-overgewicht.
[3] http://www.tno.nl/groep.cfm?context=overtno&content=dossier&laag1=37&item_id=1&gclid=CIu-hJji9p4CFQiZ2AodtHQPIg.
[4] http://www.gezond-gewicht.nl/xforum/pid/81/id/13671.
[5] http://partyflock.nl/topic/948360:Anorexia.html.
[6] http://www.mijnkindonline.nl/1591/tienermeiden-anorexia.htm.
[7] http://www.mijnkindonline.nl/1591/tienermeiden-anorexia.htm.
[8] http://www.sabn.nl/informatie_eetstoornissen/anorexia_nervosa_an/de_lichamelijke_gevolgen.php.
[9] http://www.sabn.nl/informatie_eetstoornissen/anorexia_nervosa_an/de_sociale_gevolgen.php.
[10] Jaehee Jung en Michael Peterson, ‘Body Dissatisfaction and Patterns of Media Use Among Preadoloescent Children’, Family and Consumer Sciences Research Journal 36 (2007), 40.
[11] Jung en Peterson, ‘Body Dissatisfaction and Patterns of Media Use Among Preadoloescent Children’ 41.
[12] Jung en Peterson, ‘Body Dissatisfaction and Patterns of Media Use Among Preadoloescent Children’ 42.
[13] Harrison, ‘Television Viewing, Fat Stereotyping, Body Shape Standards, and Eating Disorder Symptomatology in Grade School Children’, Communication Research 27 (2000) 620.
[14] Harrison, ‘Television Viewing, Fat Stereotyping, Body Shape Standards, and Eating Disorder Symptomatology in Grade School’ Children 620.
[15] Harrison, ‘Television Viewing, Fat Stereotyping, Body Shape Standards, and Eating Disorder Symptomatology in Grade School’ Children 631.
[16] Harrison, ‘Television Viewing, Fat Stereotyping, Body Shape Standards, and Eating Disorder Symptomatology in Grade School’ Children 631-632.
[17] Susan Linn en Courtney Novosat, ‘Calories for Sale: Food Marketing to Children in the Twenty-First Century’, The ANNALS of the American Academy of Political and Social Science (2008) 134.
[18] Linn en Novosat, ‘Calories for Sale: Food Marketing to Children in the Twenty-First Century’ 147.
[19] Lyn Gorman en David McLean, Media and Society into the 21st Century. A Historical Introduction (2009) 155.